Thebe logo

Cookies op Thebe.nl

Thebe is wettelijk verplicht om u toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en soortgelijke technieken, en u te informeren over het gebruik daarvan op de site.

Thebe.nl gebruikt cookies, JavaScript en soortgelijke technieken voor de volgende doeleinden:

  • het optimaliseren van de website;
  • de integratie van sociale media;
  • het verzamelen en analyseren van statistieken.

Voor een aantal van bovenstaande punten is het vastleggen van bezoekersgedrag noodzakelijk. Ook derde partijen kunnen cookies plaatsen via Thebe.nl en internetgedrag volgen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij embedded video's van YouTube.

Lees meer op onze cookiepagina.

 

Doorgaan zonder cookies Cookies accepteren

Rustig, bijna bedeesd, loopt Hans de gesloten afdeling op. De eerste bewoner die hem ziet, toont meteen een grote lach op zijn gezicht. 'Veel plezier', wenst hij. Even verderop zijn twee dames een beetje aarzelend; 'Ik ken hem niet, wie is hij?' maar ze wenken Hans even later toch dichterbij. De rode neus en de vrolijke gele bloem maken nieuwsgierig, net als de beschilderde koffer. Clown Flops praat wat over vakantie, vouwt een papieren hoedje en zwaait gedag, op naar de volgende ontmoeting. 'Ik denk wel dat dementerenden beter in het leven staan als ik geweest ben, al is het maar voor vijf minuten'.

Wij zien je, ook als je er zelf geen weet meer van hebt

Activiteitenbegeleider Hans Linssen en Clown Flops, hij is het allebei. 'Het is geen rol die ik speel, ik ben het echt zelf. Mensen denken wel eens dat een clown zich verstopt achter zijn masker en de rode neus, maar als clown laat ik me juist helemaal zien. Je stelt je open voor de ander, je geeft jezelf bloot. Je laat zien hoe je je voelt van binnen. En je spiegelt het gedrag en de uitingen van de mens tegenover je. Daarmee laat je zien dat je die mens ziet, dat die gezien wordt', aldus Hans.

Iedereen kent de rode neus

Al meer dan tien jaar is hij Dichterbij-Clown binnen Thebe. Meestal clownt hij op de afdelingen voor dementerenden van woonzorgcentrum Lucia in Breda, maar ook in andere huizen is hij actief. Een Dichterbij-Clown is geen hiha-slapstick-pipo, die veel lawaai maakt, over zijn voeten struikelt of op de grond valt. Hans vult het begrip clown op een andere manier in. Natuurlijk is er de rode neus. 'Ik kleed me om als ik ga clownen, om aan te geven dat ik een speciaal persoon ben. De bewoners zien aan mij dat ik geen verzorging ben, en geen familielid. Die rode neus, dat is een beeld dat iedereen kent, van jongs af aan al. En mijn gestreepte kousen, grote gele bloem en hoedje geven aan dat ik rare dingen kan doen. Maar ik houd mijn pak bewust rustig, niet te uitbundig. Juist omdat ik te maken heb met diep-dementerenden.'

De Clini Clown is een bekend begrip in Nederland. Maar een Dichterbij-Clown vergt wat uitleg, weet Hans. 'Ik ben er mee in contact gekomen doordat ik zelf een voorstelling van een clown zag. Geweldig om te zien hoe hij met weinig woorden toch zo veel kon doen. Daarna heb ik de opleiding gevolgd. Eerst een half jaar de basis, met clownen op straat, voor zieke kinderen en voor verstandelijk gehandicapten, en daarna kun je je specialiseren. Ik heb gekozen voor de specialisatie dementerenden en stervenden. Mijn stage liep ik in een hospice. De woorden clown en sterfbed lijken misschien niet bij elkaar te passen, maar ook in die levensfase kun je als clown iets voor iemand betekenen. Alleen al omdat je zegt; 'Volgende week kom ik weer', fungeer je als een soort schakel met het leven. Als clown kun je soms ook vragen stellen die dieper gaan dan anderen durven.'

Er gebeurt iets, er is afleiding

In het verleden werkte Hans samen met andere collega's als clowns-duo. 'Dan liepen we rond en deden expres dingen fout, zodat de bewoners uitgedaagd werden om te laten zien hoe het dan wel moest. Maar ik vond dat ik nog te oppervlakkig bezig was. In de opleiding heb ik geleerd hoe ik verbinding kan maken met mijn kwetsbare medemens. Wat je kunt doen met je lichaam, met je stem.'

Op de afdelingen heeft Clown Flops geen vooraf voorbereid programma. Hij loopt rond en  reageert op de bewoners, en de dingen die gebeuren. Samen zoeken naar een weggelopen hondje, of proberen het lastige slot van de koffer open te krijgen. Een meneer herkent Flops nog van een vorig bezoek, een ander krijgt een hand maar is minder geïnteresseerd. Dingen ontstaan op het moment. Er zijn weinig woorden, maar half-afgemaakte zinnen. Mimiek, gebaren en handelingen zetten de toon. 'Ik laat me leiden door mijn gevoel. Improviseren, creativiteit. Voor de bewoners is mijn bezoek een afleiding, er gebeurt iets. Natuurlijk, niet iedereen vindt het leuk. En dat mag ook. Sommige bewoners willen mij helemaal niet naast zich hebben en maken dat heel duidelijk. Prima, dan ga ik weer weg.' Zoals het op de website van de Dichterbij-Clowns staat: wij komen dichter bij dementerenden omdat we op respectvolle wijze de juiste afstand bewaren. Dat doen we door aan te sluiten bij de beleving van het moment en door het erkennen van de persoon voor wie we spelen.

Hans koestert de momenten waarop er een vonkje overspringt. Zoals de keer dat hij al 'jabberend' contact maakt met een bewoonster die geen woorden meer heeft. 'Jabberen is eigenlijk niets anders dan de geluiden die iemand maakt, spiegelen. Diep-dementeren praten niet meer met woorden maar met klanken, geluiden. Ik ga naast die mevrouw zitten en maak dezelfde soort geluiden. Met intonatie, en toonhoogte en mimiek. Zo kun je klanken lachend maken, of vragend, of informatief. We hebben een heel gesprek, we begrijpen mekaar. Als ik naar haar man kijk, zit hij met tranen in zijn ogen. Ik ben verbaasd, maar hij zegt: 'Je bent de enige die nog met haar kan praten'. Ik vond het een prachtig cadeau dat ik van hem kreeg.'

Ook non-verbale communicatie is een gesprek

Voor Hans was deze reactie een bevestiging van de invulling die hij geeft aan zorg. 'Ik vind het belangrijk dat bewoners en familie weten 'je wordt bij ons gezien'. Zelfs als je er zelf geen weet meer van hebt. Dat moment met die bewoonster was misschien vooral fijn voor haar familie. Ze is er nog, ze kan dit nog, er is nog communicatie. Ook non-verbale communicatie is een gesprek'.

Binnen Lucia is Hans een middag in de week als Flops aanwezig. De andere uren is hij activiteitenbegeleider. Verzoeken van andere huizen hoopt hij binnenkort op te pakken met een collega-clown. 'Dan kun je allebei een ander type zijn, en je kunt op elkaar terugvallen.' Volgend jaar wil Hans ook een vervolgopleiding doen in de specialisatie psychiatrische patiënten. 'Dan kan ik ook op die afdelingen aan de slag.'

De reacties van zijn collega's in de zorg zijn positief, vertelt hij. 'Na zoveel jaar ben ik een bekend verschijnsel geworden. Maar de Dichterbij-Clown heeft naar mijn idee zeker bestaansrecht. Als ik de verzorgenden er naar vraag, zijn ze altijd blij met mijn komst. Ik heb er ook nog steeds voldoening van. Een dag is lang, en alles wat afleiding biedt aan de bewoners is welkom.'