Thebe logo

Cookies op Thebe.nl

Thebe is wettelijk verplicht om u toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en soortgelijke technieken, en u te informeren over het gebruik daarvan op de site.

Thebe.nl gebruikt cookies, JavaScript en soortgelijke technieken voor de volgende doeleinden:

  • het optimaliseren van de website;
  • de integratie van sociale media;
  • het verzamelen en analyseren van statistieken.

Voor een aantal van bovenstaande punten is het vastleggen van bezoekersgedrag noodzakelijk. Ook derde partijen kunnen cookies plaatsen via Thebe.nl en internetgedrag volgen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij embedded video's van YouTube.

Lees meer op onze cookiepagina.

 

Doorgaan zonder cookies Cookies accepteren

Tijdens het gesprek is er één grote afwezige; Wilma. Ze wordt enorm gemist, door haar zus Marion, door haar beste vriendin Bea en ook door wijkverpleegkundige Marleen. Gedrieën waren ze drie maanden lang de kern van het team dat maar één doel had: Wilma zo goed mogelijk naar haar einde begeleiden. Hoofdpersoon Wilma overleed op 22 maart 2016. De overgebleven leden van  'Team Wilma' hadden haar graag langer bij zich gehouden maar kijken met een positief gevoel terug op een intensieve periode. Een periode die gekenmerkt wordt door het woord samen.

Wilma was de leider van het team. 'Wij doen wat jij wil', dat was het motto van de anderen.    

Bea Hommel was 40 jaar bevriend met Wilma: 'Als ik aan die weken denk, komt steeds het woord samen naar boven. Samen met Wilma. Alles wat gebeurde, ook bij de verzorging, werd altijd met haar besproken. En ook samen voor Wilma zorgen. De wijkverpleging kwam iedere dag, en als ze er niet waren, hoefden we maar te bellen of ze waren er weer. Wij voelden ons door hen gesteund. De zorg gebeurde met zoveel toewijding en liefde, er was nooit haast. We hebben al tegen elkaar gezegd 'als wij iets gaan mankeren, komen we in Hilvarenbeek liggen'. Een groter compliment is toch niet denkbaar.' 'Maar wij konden niet zonder jullie', geeft wijkverpleegkundige Marleen Hendrikx uit Hilvarenbeek het compliment terug. 'Er was altijd iemand van jullie om mee te helpen.'

Leven in een bubbel

In de tien weken dat Wilma thuis aan bed gekluisterd was, leefden haar zus Marion van den Heuvel en vriendin Bea Hommel in een soort 'bubbel', vertellen ze. Als ze over die periode praten, vallen er regelmatig tranen maar ook stoten ze elkaar lachend aan. 'Moeilijk, nee het was niet moeilijk. Ondanks al het verdriet was het ook een mooie warme tijd. Je was alleen maar met elkaar bezig, en we waren bijna afgesloten van de dagelijkse realiteit. Ik mis die tijd soms', zegt Marion. En Bea vult aan: 'Ik heb tegen haar gezegd 'Wilma, we gaan van elke dag een feestje maken, want meer is er niet'. En dat vond ze goed.' 'Er is net zo vaak gelachen als gehuild', zegt ook Marleen. 

Wilma's ziekbed begon in augustus 2014, met wat een verrekte spier in haar lies leek. Na veel onderzoeken in diverse ziekenhuizen, bleek het een zeer zeldzame gynaecologische tumor. 'Ze was zelf röntgenlaborante, dus op een gegeven moment wist ze al wel dat het meer was dan een verrekte spier. Maar de diagnose kwam toch heel hard aan'. Opereren was geen optie, dus begon Wilma aan een traject van chemotherapie en bestraling. Ze werd opgenomen in een verpleeghuis in Tilburg, omdat ze als alleenstaande thuis geen opvang had.

Aanvankelijk had de behandeling succes, maar later ging de tumor toch weer groeien. Na een paar maanden van controles en onderzoeken, volgde in januari 2016 het bericht dat ze terugverwezen werd naar de huisarts voor een palliatief traject. Bea en Marion weten de data van alle belangrijke momenten in het ziekteproces uit hun hoofd. Ze vergezelden Wilma bij vele doktersbezoeken. 'Ze hield altijd vol dat ze het wel redde alleen. Dat alles goed ging. Zo wilde ze in de herfst van 2015 nog autorijden, met die dot morfine die ze kreeg. Wij hebben haar moeten overtuigen dat dit niet kon.'

Wilma was niet iemand die graag in het middelpunt stond als het ging om gevoel, of zwak zijn, vertellen Bea en Marion. 'Hulp accepteren was moeilijk voor haar, en hulp vragen helemaal. Misschien heeft dat ook te maken met onze generatie. Niet miepen, maar doorgaan.' Dat de hulp van de wijkverpleging ingeroepen werd, vond ze alleen goed omdat er een medische noodzaak was. 'Ze had een wond en die moest iedere dag gespoeld worden. Zo kwamen Marleen en haar collega's binnen.' Eerst alleen voor de wondverzorging, later voor meer taken. 'Je moest dingen bij haar voorbereiden, in de week leggen. En dan had je geluk als het na een week of twee mocht', vertelt wijkverpleegkundige Marleen.

Leven 'on hold' 

Ook haar jongere zus Marion is iemand van niet denken, maar doen. Zo zei ze op de dag dat Wilma niet meer uit bed kon komen direct; nu slaap ik dus hier. Ze belde haar werkgever en zette haar leven 'on hold' om dag en nacht bij haar zus te zijn. Heel bijzonder, vindt wijkverpleegkundige Marleen. Zelf ziet Marion dat niet zo. 'Ik kon toch niet anders? Daar ben je zussen voor. Het was het enige dat ik kon doen. En nee, dat hoef ik niet met mijn man en kinderen te overleggen, wij weten van elkaar dat dit kan. Voor mij is het gewoon, daar hoefde ik geen moment over na te denken.' Dus sliepen de zussen 2,5 maand bij elkaar, de een in een speciaal bed, de ander op de bank. 's Avonds werd er gelachen, en herinneringen opgehaald. 'In de bescherming van het donker kun je veel zeggen. Ik was altijd het kleine zusje, maar in dat laatste jaar heeft ze gezien dat ik toch ook volwassen ben geworden.'

Geen dag heeft Wilma geklaagd of gezeurd, zeggen Marion, Bea en Marleen. 'Nooit heeft ze gezegd 'waarom moet mij dit overkomen'. Tien weken lang heeft ze in dezelfde houding op haar linkerzij op bed gelegen. Iedere beweging deed haar pijn. Maar ze bleef tot het einde toe oog voor anderen houden. Hoe gaat het met jou, vroeg ze dan. Ook omdat ze geen aandacht voor zichzelf wilde, en voor haar ziekte. Als er maar iets was dat de aandacht van haar afleidde, was het goed.'

Geen seconde alleen

'In al die ellende heeft Wilma in die weken een fijne tijd gehad, daar ben ik van overtuigd', zegt vriendin Bea. Wilma was alleenstaand en heeft zich in haar leven ook eenzaam gevoeld, aldus Bea. 'Maar in al die weken is ze nog geen seconde alleen geweest. De cirkel is nu rond en dat sterkt mij in mijn verdriet dat ze dood is.'

Warme woorden hebben Marion en Bea voor wijkverpleegkundige Marleen en haar collega's. 'Zij zorgden niet alleen voor Wilma, maar ook voor ons. Of het met ons nog goed ging. Alle medewerkers waren professioneel en vriendelijk. Warm. De wijkverpleging van Thebe vormde voor ons de schakel met de huisarts, en met andere zorgprofessionals. Het is moeilijk te definiëren waarom de samenwerking met de verzorging zo goed voelde,  want het is een gevoel. En dat gevoel zat goed. Wat heel veelzeggend was; in de allerlaatste dagen van palliatieve sedatie, reageerde Wilma nergens meer op. Maar toen Marleen binnenkwam, knipperde ze met haar ogen.'

Voor Marleen Hendrikx is de zorg rondom Wilma een periode die ze niet zal vergeten. De samenwerking, de warme sfeer, de positiviteit van Wilma en de verwevenheid van leven en dood. In de tijd dat Marion introk bij haar zieke zus, was haar dochter zwanger. Marions eerste kleinkind, een kleinzoon, werd geboren op het moment dat Wilma haar laatste adem uitblies. Alsof het zo moest zijn. 'Drie kwartier nadat Wilma voor de laatste keer zuchtte, kreeg ik dat telefoontje van mijn dochter. Mam, je bent oma. Is Wilma er nog? Dat is wel heel bijzonder.'