Het Samenzorggesprek-MD bij Thebe Ruitersbos krijgt steeds verder vorm. Verpleegkundige Tessa de Kort vertelt hoe deze manier van werken helpt om De Bedoeling zichtbaar te maken in het multidisciplinair overleg. Niet de aandoening, maar de mens staat centraal. In dit tweede interview lees je hoe kleine inzichten kunnen leiden tot andere keuzes in zorg en behandeling.
---------------
Het Samenzorggesprek-MD is binnen Thebe Ruitersbos volop in ontwikkeling. Verpleegkundige Tessa de Kort en verpleegkundig specialist Meggy van Loock onderzoeken samen met collega’s hoe het multidisciplinair overleg beter kan aansluiten bij De Bedoeling. Niet alleen de medische situatie van een bewoner staat centraal, maar juist de vraag: wat vindt iemand nog belangrijk in het leven?
Door zorg, behandeling, welzijn, naasten én bewoners samen te brengen, willen ze de zorg en ondersteuning daar zo goed mogelijk op laten aansluiten. Het multidisciplinair overleg heeft van oorsprong een sterke medische insteek. Welke behandeling is nodig? Wat vraagt aandacht? En welke afspraken maken de betrokken professionals? Tessa en Meggy merken dat de wensen van bewoners meer ruimte verdienen. Ze besluiten het Samenzorggesprek te verweven met het multidisciplinair overleg. Tessa brengt haar ervaringen vanuit de dagelijkse zorg mee, Meggy kijkt vanuit de medische kant en andere betrokken disciplines. Hun initiatief groeit stap voor stap uit tot het Samenzorggesprek-MD.
Twee kanten samenbrengen
Tessa werkt al ruim tien jaar als verpleegkundige bij Thebe Ruitersbos. Ze staat dagelijks op de afdeling, kent de bewoners en heeft veel contact met hun familie. Daardoor ziet ze ook kleine veranderingen: hoe iemand uit bed komt, waar iemand plezier aan beleeft of iemand nog graag meedoet aan activiteiten. Tijdens het multidisciplinair overleg komt die informatie niet altijd voldoende aan bod. Soms horen collega’s pas laat wanneer een overleg plaatsvindt of is niet iedereen goed op de hoogte van hoe het op dat moment daadwerkelijk met een bewoner gaat. Tessa legt uit: “In de dagelijkse zorg zijn we heel bewust bezig met De Bedoeling, maar tijdens het medisch overleg misten we die warme overdracht vanuit de zorg.”
Meggy herkende dat artsen en andere disciplines informatie misten die collega’s op de afdeling wel hebben. “Dus hebben Meggy en ik de handen ineengeslagen. Het begon heel klein en is steeds groter geworden.” Stap voor stap ontstaat een projectgroep met zorgmedewerkers, een coördinator zorg en vertegenwoordigers vanuit verschillende disciplines. Samen kijken ze niet alleen naar het overleg zelf, maar naar het hele proces eromheen. Daar doen ze met elkaar een belangrijke ontdekking.
[de tekst gaat door onder de afbeelding]
Het begint eerder
Niet het gesprek zelf blijkt de grootste uitdaging. Het verschil zit vooral in wat eraan voorafgaat. Hoe is het de afgelopen maanden met iemand gegaan? Welke veranderingen zien collega’s? Doet een bewoner nog wat hij of zij leuk vindt? En wat merken familieleden?
Om die reden krijgt de voorbereiding binnen het Samenzorggesprek-MD veel aandacht. Tessa vult aan: “Ook welzijn wordt erbij betrokken en familie krijgt vooraf vragen mee. Zo komt er een completer beeld op tafel. De voorbereiding is een handvat om je bewoner echt onder de loep te nemen. Je loopt stap voor stap langs wat voor iemand belangrijk is, zonder onderwerpen te vergeten.”
Soms zit belangrijke informatie in iets wat op het eerste gezicht klein lijkt. Tessa: “Iemand stond bijvoorbeeld altijd vroeg op, maakte zichzelf mooi en besteedde veel aandacht aan het uiterlijk. Nu blijft diezelfde persoon langer in bed en verzorgt zichzelf nauwelijks nog.” Dan is de vraag niet alleen óf iemand lichamelijk achteruitgaat. Tessa wil vooral weten wat zo’n verandering betekent. “Kijk naar de persoon: hoe was iemand vroeger? Wat maakte iemand gelukkig? En past wat iemand nu doet daar nog bij?”
Zelf kiezen wat telt
Hoe belangrijk dat vertrekpunt is, merkt Tessa bij een bewoner met ernstige slikproblemen. De vrouw kan zelf nog goed keuzes maken, maar het eten van vast voedsel wordt steeds minder veilig. Vanuit medisch oogpunt ligt een overstap naar gemalen voeding voor de hand. “Alleen ervaart de bewoner dat heel anders”, legt Tessa uit. “Ze haalt weinig voldoening uit het gemalen eten en heeft het gevoel dat ze steeds minder zelf mag bepalen.” Tessa en haar collega’s gaan daarom met haar en haar familie in gesprek. Wat vindt zij nog belangrijk? Waar geniet ze van? En welk risico is voor haar acceptabel om dat te behouden?
Samen met onder andere een collega van logopedie zoeken ze een tussenweg. De vrouw hoeft niet volledig over te stappen op gemalen voeding. Wel verandert de manier waarop ze eet. Ze eet niet langer in de drukke huiskamer, maar aan een aparte tafel in een rustige omgeving. Daar kan ze zich beter concentreren. Er is begeleiding in de buurt, maar zij houdt zoveel mogelijk zelf de regie. “Pas als zij aangeeft dat ze hulp nodig heeft, nemen wij het over.” Het is haar eigen keuze uit de mogelijkheden die er zijn. Voor het team betekent dat tegelijkertijd dat het een groter risico accepteert. Dat voelt niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Hoe ga je daar met elkaar mee om?
Niet vanuit jezelf kijken
“Als zorgprofessional wil je iemand beschermen. Het liefst voorkom je ieder risico, maar wat als veiligheid botst met de wens van een bewoner? Dat is echt een gevoelskwestie. Je wilt nu eenmaal tijdens je werk zo min mogelijk risico nemen. Dan moet je jezelf afvragen: kijk ik nu vanuit mezelf of vanuit de bewoner?” Het team besteedt daarom veel aandacht aan deze keuze. Collega’s krijgen extra uitleg en scholing, en praten samen over wat ze lastig vinden. De afspraken zijn duidelijk: de bewoner kent de risico’s, kan die zelf afwegen en kiest bewust voor deze manier van eten. Dat vraagt van collega’s dat ze die keuze vervolgens ook respecteren.
Tessa: “We werken met veel bewoners met een haperend brein. Daardoor vergeten we soms dat een bewoner die cognitief nog goed in staat is om keuzes te maken, die keuzes ook echt zelf kan maken.” Ook andere disciplines kijken mee. Zo zijn onder meer logopedie en fysiotherapie betrokken. Iedereen heeft zijn eigen deskundigheid, maar de gezamenlijke keuze ontstaat vanuit hetzelfde uitgangspunt: wat past bij deze bewoner?
[de tekst gaat door onder de afbeelding]
Eerder om tafel
Die samenwerking zorgt ervoor dat andere disciplines eerder worden betrokken. Niet pas wanneer een probleem groot is of wanneer er weinig mogelijkheden meer over zijn. Tessa: “We vragen bij kleinere problemen al om input van medische disciplines en naasten van bewoners. We wachten niet meer tot iemand bijna niets meer kan.” Dat maakt de blik breder. Een fysiotherapeut kan bijvoorbeeld meedenken over wat iemand nodig heeft om een geliefde activiteit te blijven doen. Welzijn kan vertellen waar iemand zichtbaar van geniet en familie kent gewoontes en voorkeuren van vroeger. De zorg ziet wat er iedere dag gebeurt.
Door die informatie bij elkaar te brengen, ontstaan andere mogelijkheden. Ook voor familie verandert het gesprek. In plaats van te horen welke keuze professionals hebben gemaakt, denken naasten eerder mee over wat passend is. Daardoor begrijpen zij beter waarom bepaalde afwegingen worden gemaakt, merkt Tessa. “Je gaat veel meer het gesprek aan, in plaats van: dit is het en hier moeten we het mee doen. Juist door het gesprek met elkaar aan te gaan, helpen we familie ook bij het nemen van moeilijke beslissingen.”
Niet iedereen is meteen mee
De eerste ervaringen met het Samenzorggesprek-MD zijn positief. Toch merken Tessa en Meggy ook dat een goed idee niet automatisch betekent dat iedereen er direct mee uit de voeten kan. Bij de start hebben zij zelf al lang nagedacht over de nieuwe werkwijze. Voor hen is duidelijk waarom het gesprek anders wordt voorbereid en waarom andere disciplines eerder aansluiten. Wanneer de werkwijze bij de teams terechtkomt, blijkt die achtergrond niet voor iedereen vanzelfsprekend. “We gingen iets te snel”, ervaart Tessa. “Wij denken een goed idee te hebben, maar dat is voor een ander niet meteen óók een goed idee.”
Dat inzicht hoort volgens Tessa net zo goed bij de ontwikkeling. “Een andere naam of een nieuw voorbereidingsformulier alleen verandert de praktijk niet. Collega’s moeten begrijpen waarom ze iets anders doen en wat het hen en de bewoner oplevert. Daarom ligt de aandacht nu op begeleiding binnen de teams. De verpleegkundige en coördinator zorg hebben daarin een coachende rol. Sommige teams pakken de nieuwe werkwijze snel op, andere hebben meer uitleg en ondersteuning nodig. We moeten laten zien dat dit geen extra werk is, maar helpt om de zorg beter op te volgen. Daar zijn we nu mee bezig.”
Begin bij elkaar
Het Samenzorggesprek-MD krijgt zo steeds verder vorm vanuit de dagelijkse praktijk. Wat werkt goed? Waar lopen collega’s tegenaan? En wat is nodig om zorg, behandeling en welzijn nog beter met elkaar te verbinden? Tessa ziet daarin ook mogelijkheden buiten Ruitersbos. Ook in de wijkverpleging werken verschillende mensen rondom één cliënt. Familie, wijkverpleging, een huisarts en andere professionals hebben allemaal een stukje van het verhaal. Voor collega’s die zelf een stap willen zetten, hoeft het volgens haar niet meteen groot te beginnen. “Ga met elkaar het gesprek aan. Daar begon het bij ons ook mee. Leer eerst elkaars verwachtingen begrijpen.”
Uiteindelijk draait het niet om een nieuw formulier of een andere naam voor een overleg. Het draait om de vraag die Tessa en Meggy aan het begin zelf misten en die nu steeds meer richting geeft aan het gesprek: “Hoe gaat het nu écht met de bewoner?”